Beste gewezen deelnemer,Welkom bij Stichting Pensioenfonds VNU! Als gewezen deelnemer heeft u in het verleden pensioen opgebouwd bij ons pensioenfonds. In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Dat is belangrijk om te weten, bijvoorbeeld als u van baan verandert. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op uw Uniform Pensioenoverzicht dat u jaarlijks van ons ontvangt. Op www.mijnpensioenoverzicht.nl vindt u een overzicht van al uw pensioen, inclusief AOW en pensioen van eventuele andere werkgevers.

Hoe wij omgaan met maatschappelijk verantwoord beleggen, leest u hier.

Wat vindt u in laag 1, 2 en 3?Pensioen 1-2-3 bestaat uit 3 lagen. In laag 1 leest u in het kort de belangrijkste informatie over uw pensioenregeling. In laag 2 vindt u meer informatie over alle onderwerpen uit laag 1. In laag 3 staan alle belangrijke documenten van het pensioenfonds zoals het pensioenreglement, het jaarverslag en de statuten.

  • Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

    • Ouderdomspensioen
      Via uw voormalige werkgever nam u deel in de pensioenregeling van Stichting Pensioenfonds VNU en heeft u ouderdomspensioen opgebouwd. Het ouderdomspensioen dat u vanaf 2015 opbouwde (indien van toepassing), gaat in als u 67 jaar wordt. Ouderdomspensioen dat u vóór 2015 heeft opgebouwd heeft als standaard ingangsdatum 65 jaar. Voor beide delen geldt dat u de pensioendatum kunt vervroegen of uitstellen zodat al uw pensioen bij Stichting Pensioenfonds VNU toch vanaf dezelfde datum tot uitkering komt.

      Voorbeeld: De heer Jansen leest op zijn UPO dat hij € 2.000 ouderdomspensioen per jaar heeft met ingangsdatum 65 jaar en €3.000 ouderdomspensioen per jaar met ingangsdatum 67 jaar. Hij kiest er voor om op leeftijd 66 jaar met pensioen te gaan. Het pensioen van € 2.000 dat in zou gaan op 65 jaar wordt 1 jaar uitgesteld en het pensioen van €3.000 dat in zou gaan op 67 jaar wordt 1 jaar vervroegd. Beide stukken pensioen starten dus op zijn gekozen pensioenleeftijd van 66 jaar. Door uitstel van de pensioendatum wordt het pensioen van € 2.000 hoger en door vervroeging wordt het pensioen van € 3.000 lager. De exacte bedragen rekent het pensioenfonds voor hem uit en krijgt de heer Jansen op papier thuis gestuurd.

      Uw ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. De AOW is het pensioen dat u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt.

      Hoeveel pensioen u straks ontvangt van Stichting Pensioenfonds VNU is vooral afhankelijk van de hoogte van het salaris dat u heeft verdiend, de inhoud van de pensioenregeling waaraan u deelnam en het aantal jaren dat u deelnam. Het ouderdomspensioen wordt vanaf uw 65e jaar, of andere gekozen pensioendatum, maandelijks uitbetaald, zolang u leeft. De hoogte van het ouderdomspensioen staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

      Meer informatie
    • Partnerpensioen
      Naast uw ouderdomspensioen bouwde u ook partnerpensioen op. Als u komt te overlijden ontvangt uw partner van Stichting Pensioenfonds VNU een partnerpensioen. Het partnerpensioen is 70% van het ouderdomspensioen dat u heeft opgebouwd bij Stichting Pensioenfonds VNU. Bij overlijden na pensionering krijgt uw partner ook 70% van het opgebouwde ouderdomspensioen. Het partnerpensioen gaat in op de eerste dag van de maand waarin u overlijdt en wordt maandelijks, levenslang aan uw partner uitgekeerd.

      De hoogte van het partnerpensioen staat vermeld op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Meer informatie vindt u in het pensioenreglement in laag 3.

      Als u overlijdt, heeft uw partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de ANW-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Uw partner moet dan geboren zijn vóór 1950 of een of meer minderjarige kinderen te verzorgen hebben of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) www.svb.nl.

      Meer informatie
    • Wezenpensioen
      Naast uw ouderdomspensioen bouwde u ook wezenpensioen op. Als u komt te overlijden ontvangen uw kinderen een wezenpensioen.

      Het wezenpensioen is 14% van het ouderdomspensioen. Elk kind ontvangt wezenpensioen tot hij of zij 18 jaar is. Zolang het kind op school zit, studeert of invalide is, ontvangt het kind wezenpensioen uiterlijk tot hij of zij 27 jaar is.

      De hoogte van het wezenpensioen staat vermeld op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

      Meer informatie
    • Voortzetting pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid
      Als u arbeidsongeschikt bent geworden tijdens de pensioenopbouw bij Stichting Pensioenfonds VNU, dan is uw pensioenopbouw mogelijk ook na uw uitdiensttreding (gedeeltelijk) doorgegaan, zonder dat u zelf premie betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid.

      Meer informatie
    • Pensioenreglement
      Wilt u precies weten wat onze pensioenregeling u biedt? Klik dan door naar het op u van toepassing zijnde pensioenreglement in laag 3.

      Meer informatie
  • Wat krijgt u in onze pensioenregeling Niet?

    • Geen tijdelijk partnerpensioen na uitdiensttreding
      De aanspraak op tijdelijk partnerpensioen is alleen verzekerd zolang u in dienst bent bij één van de ondernemingen van Nielsen in Nederland. Uw tijdelijk partnerpensioen is bij de beëindiging van uw dienstverband vervallen zonder waarde.

      Meer informatie
    • Geen arbeidsongeschiktheidspensioen
      Uw pensioenregeling voorziet niet in een arbeidsongeschiktheidspensioen. Als u arbeidsongeschikt wordt, is er dus in aanvulling op de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering (IVA/WIA) geen recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen van Stichting Pensioenfonds VNU.

      Meer informatie
  • Hoe bouwt u pensioen op?

    Als gewezen deelnemer bouwt u geen pensioen meer op bij Stichting Pensioenfonds VNU.

  • Welke keuzes heeft u zelf?

    • Andere werkgever en waardeoverdracht
      Als u van werkgever bent veranderd en daardoor naar een andere pensioenregeling bent gegaan, kunt u ervoor kiezen om uw opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat vraagt u aan bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Als u voor 1 januari 2015 van baan bent veranderd, diende u dit binnen 6 maanden na indiensttreding bij de nieuwe werkgever aan te vragen. Voor baanwisselingen vanaf 1 januari 2015 is deze termijn van 6 maanden vervallen en dient de oude en nieuwe pensioenuitvoerder aan waardeoverdracht mee te werken. Laat u hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder.

      Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen staan bij Stichting Pensioenfonds VNU en wordt het vanaf uw 65e jaar, of een andere door u gekozen pensioendatum, aan u uitbetaald.

      U betaalt geen premie meer aan Stichting Pensioenfonds VNU en u gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever.

      Meer informatie
    • Ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen
      Als u met pensioen gaat of Nielsen heeft verlaten, en er is geen of te weinig partnerpensioen voor uw partner wanneer u overlijdt, dan kunt u een deel van uw ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen. U krijgt dan een lager ouderdomspensioen. Maar uw partner krijgt dan wel een hoger pensioen van Stichting Pensioenfonds VNU als u komt te overlijden. Na deze ruil mag het partnerpensioen niet meer dan 70% van het ouderdomspensioen bedragen.

      Er zijn twee momenten waarop u deze keuze kunt maken: bij uitdiensttreding en pensionering. Let op: dit is een eenmalige keuze! Als u eenmaal gekozen heeft om wel of niet te ruilen kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Meer informatie over het ruilen van pensioen is te vinden in het op u van toepassing zijnde pensioenreglement.

      Meer informatie
    • Partnerpensioen ruilen voor ouderdomspensioen
      Naast ouderdomspensioen heeft u ook partnerpensioen. Er kunnen redenen zijn waarom u het partnerpensioen wilt ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Misschien heeft uw partner zelf een goed pensioen, of misschien heeft u geen partner (meer). U krijgt dan een hoger ouderdomspensioen. Maar uw partner krijgt dan een lager of geen partnerpensioen van Stichting Pensioenfonds VNU als u komt te overlijden.

      U kunt deze keuze alleen maken bij pensionering. Let op: dit is een eenmalige keuze! Als u eenmaal gekozen heeft om te ruilen kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Als u wél een partner heeft moet hij/zij het wel eens zijn met deze keuze. Meer informatie over het ruilen van partnerpensioen voor een hoger ouderdomspensioen is te vinden in het op u van toepassing zijnde pensioenreglement.

      Meer informatie
    • Uitstel of vervroegen van de pensioendatum
      Uw ouderdomspensioen komt in principe tot uitkering als u 65 jaar wordt. Sommige gewezen deelnemers kunnen ook een stuk pensioen hebben dat standaard in gaat vanaf 67 jaar. In plaats van met pensioen te gaan als u 65 jaar wordt, kunt u er voor kiezen om langer door te werken bij uw huidige werkgever. Als u dat wilt, kan het uitbetalen van het ouderdomspensioen worden uitgesteld totdat u echt met pensioen gaat. Als u later met pensioen gaat, wordt uw opgebouwde ouderdomspensioen verhoogd. U moet dan wel naar Stichting Pensioenfonds VNU aantonen dat u nog een dienstverband heeft bij een andere werkgever. Kijk voor meer informatie en de overige voorwaarden in het op u van toepassing zijnde pensioenreglement in laag 3.

      U kunt er ook voor kiezen om uw pensioen eerder in te laten gaan dan op uw 65e jaar. Dit kan op zijn vroegst vanaf uw 55-jarige leeftijd. Dat betekent wel dat uw ouderdomspensioen lager wordt. Eerder met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De pensioenopbouw stopt eerder en het ouderdomspensioen wordt verlaagd. U moet er ook rekening mee houden dat de AOW wellicht later ingaat dan uw vervroegde pensioen. Kijk op www.svb.nl om te zien wanneer uw AOW ingaat.

      Wilt u (gedeeltelijk) eerder of later met pensioen gaan? Als u eerder met pensioen wilt gaan moet u dit 6 weken voor de gewenste pensioendatum aanvragen bij Stichting Pensioenfonds VNU. Als u later met pensioen wilt gaan, dient u dit 6 maanden voor de standaard pensioendatum aan te vragen. Als u nog werkt, bespreek dit dan eerst met uw werkgever.

      Meer informatie
    • Beginnen met een hoger pensioen
      U kunt de keuze maken om eerst een paar jaar een hoger ouderdomspensioen te ontvangen, en daarna een lager ouderdomspensioen. Vanaf dat tweede moment is uw ouderdomspensioen lager dan op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) staat.

      Let op: dit is een eenmalige keuze die u maakt op uw pensioendatum! Als u hier eenmaal voor gekozen heeft kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Het partnerpensioen verandert niet mee en blijft bij deze keuze buiten beschouwing.

      Als u van deze keuzemogelijkheid gebruik wenst te maken, dient u dit uiterlijk 6 weken voor uw (gewenste) pensioeningangsdatum aan te vragen bij Stichting Pensioenfonds VNU. In het op u van toepassing zijnde pensioenreglement leest u meer over de mogelijkheden en exacte voorwaarden.

      Meer informatie
  • Hoe zeker is uw pensioen?

    • Welke risico’s zijn er?
      De opbouw en uitbetaling van pensioen gaan over een heel lange periode. Vanaf de start van de opbouw tot de laatste pensioenbetaling kan wel eens 80 jaar zitten. In zo’n periode verandert de wereld waardoor er risico’s kunnen ontstaan die uw pensioen bedreigen. Het is mogelijk dat wij uw pensioen niet met de stijging van de prijzen mee kunnen laten groeien.

      Ons pensioenfonds heeft te maken met onder meer de volgende risico’s:

      • Mensen worden gemiddeld steeds ouder. Als deelnemers gemiddeld ouder worden, moet hun pensioen langer worden uitbetaald. Het pensioenfonds moet dan meer geld hebben dan waar eerst op werd gerekend.
      • De rentestand beïnvloedt de waarde van de pensioenen. Pensioenfondsen maken van tevoren een inschatting van het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen. Hoe lager de rente is, hoe meer geld wij als pensioenfonds ‘in kas’ moeten hebben om later alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Als de rente langdurig laag blijft, maakt dat de pensioenen dus duur.
      • Ook de beleggingsresultaten kunnen tegenvallen. Daarom zorgt Stichting Pensioenfonds VNU ervoor dat de beleggingen gespreid worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken.

      Er zijn meer risico’s waar Stichting Pensioenfonds VNU rekening mee moet houden om uw pensioen zo goed mogelijk te beschermen. Het pensioenfonds moet die risico’s dus letterlijk ‘managen’. Meer informatie over het risicomanagement van Stichting Pensioenfonds VNU leest u in het jaarverslag in laag 3.

      Meer informatie

      Dekkingsgraad
      De dekkingsgraad zegt iets over of een pensioenfonds er financieel gezond voor staat. Bij een dekkingsgraad van 100% heeft een pensioenfonds precies genoeg geld ‘in kas’ om alle tot nu toe opgebouwde pensioenen te kunnen betalen. Er is dan geen geld ‘over’ voor eventuele indexatie. Bij Stichting Pensioenfonds VNU ligt de dekkingsgraad hoger dan 100%. Bij ons pensioenfonds is er wel ruimte voor indexatie. Hoeveel indexatie wordt gegeven wordt van jaar tot jaar bekeken op basis van onder meer de ‘beleidsdekkingsgraad’ van dat moment. Vanaf 2015 moeten pensioenuitvoerders bij beleidsbeslissingen gebruikmaken van deze zogenoemde beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de dekkingsgraden over de laatste twaalf maanden. Klik hier voor meer informatie over onze financiële situatie en de beleidsdekkingsgraad.

    • Waardevast pensioen
      Normaal gesproken wordt geld ieder jaar iets minder waard. U kunt met hetzelfde bedrag dit jaar iets minder kopen dan vorig jaar. Dat heet ‘inflatie’. Vanwege de inflatie probeert Stichting Pensioenfonds VNU uw opgebouwde pensioen jaarlijks te indexeren. Dat wil zeggen dat het opgebouwde pensioen jaarlijks wordt verhoogd aan de hand van de stijging van de prijzen. Wij noemen dit een waardevast pensioen.

      Het lukt niet altijd om de pensioenen te verhogen. Als het financieel tegenzit, kan het zo zijn dat Stichting Pensioenfonds VNU niet of niet volledig kan indexeren. Dat betekent dan dat uw pensioen minder waard wordt. Als het daarna financieel meezit, kan het pensioen eventueel extra worden geïndexeerd om koopkracht te herstellen.

      De afgelopen jaren hebben wij de pensioenen per 1 januari voor gewezen deelnemers als volgt geïndexeerd:

        Indexatie NMR Stijging van de prijzen Indexatie overig* Stijging van de prijzen
      2019 1,68% 1,68% 1,68% 1,68%
      2018 1,34% 1,34% 1,34% 1,34%
      2017 0,36% 0,36% 0,36% 0,36%
      2016 0,27% 0,27% 0,41% 0,41%
      2015 0,65% 0,65% 0,75% 0,75%
      2014 0,90% 1,43% 0,81% 0,90%
      2013 1,41% 2,43% 1,52% 2,03%
      2012 0,68% 2,39% 1,17% 2,33%
      2011 0,88% 1,24% 1,38% 1,38%
      2010 0,00% 0,00% 0,40% 0,40%

      Deze percentages zijn van toepassing als u uitdienst bent en geen pensioen meer opbouwt. Als u werknemer bent bij Nielsen, kijkt u dan hier.

      *) ‘Overig’ betreft de voormalig werknemers van Nielsen B.V. (VNU-A) en vanaf de toegekende indexatie van 2016 ook de voormalig werknemers van ACNielsen (Nederland) B.V.

      Voor het vaststellen van de stijging van de prijzen kijkt het pensioenfonds naar de ‘Consumentenprijsindex alle huishoudens afgeleid’. Het pensioenfonds kijkt hoeveel de prijzen in de periode van oktober tot oktober zijn gestegen. Voor NMR werd tot en met 2015 gekeken naar de periode augustus tot augustus. Hierdoor zijn er verschillen in indexatie tussen NMR en ‘Overig’. Zie voor meer informatie ook: Harmonisatie indexatiebeleid.

      Meer informatie
    • Als er een tekort is
      Als we een tekort hebben, zal het pensioenfonds in eerste instantie een beroep doen op de uitvoeringsovereenkomst tussen Nielsen en het pensioenfonds. Op grond van deze overeenkomst is Nielsen verantwoordelijk voor alle tekorten van het fonds.

      Daarnaast kunnen we - indien nodig - ëën of meer van deze maatregelen nemen:

      • Aanpassing van het beleggingsbeleid.

      • Uw pensioen wordt niet meer (volledig) geïndexeerd.

      • De premie voor deelnemers gaat omhoog.

      • De pensioenopbouw voor deelnemers wordt lager.

      • In het uiterste geval verlagen wij uw pensioen.

      Meer informatie
  • Welke kosten maken wij?

    • Stichting Pensioenfonds VNU maakt verschillende kosten om de pensioenregeling uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor de administratie. Daar vallen de kosten voor de uitbetaling van de pensioenen en het innen van de premies onder. Ook maken wij kosten voor de communicatie, bijvoorbeeld voor het maken en onderhouden van de website en het verzenden van het Uniform Pensioenoverzicht. Verder heeft het pensioenfonds adviseurs en wordt het jaarverslag gecontroleerd door een accountant en een actuaris. Al deze kosten worden in eerste instantie door het pensioenfonds betaald en daarna doorbelast aan de werkgever. Hierdoor komen deze kosten niet ten laste van het vermogen van het pensioenfonds.

      Daarnaast zijn er de kosten om het vermogen te beheren. Beleggen van het vermogen kost geld. Wij betalen bijvoorbeeld de partijen waaraan wij vragen om het vermogen te beleggen. Ook maken wij transactiekosten. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten die de beurs in rekening brengt bij de aankoop of verkoop van aandelen of obligaties. De kosten om het vermogen te beheren betaalt Stichting Pensioenfonds VNU zelf en komen ten laste van het rendement van het pensioenfonds. In het jaarverslag vindt u meer informatie over de kosten van het pensioenfonds.

      Meer informatie
  • Wanneer moet u in actie komen?

    • Als u verandert van pensioenuitvoerder
      Als u van werkgever bent veranderd en daardoor naar een andere pensioenregeling bent gegaan, kunt u ervoor kiezen om uw opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat vraagt u aan bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Als u voor 1 januari 2015 van baan bent veranderd, diende u dit binnen 6 maanden na indiensttreding bij de nieuwe werkgever werkgever aan te vragen. Voor baanwisselingen vanaf 1 januari 2015 is deze termijn van 6 maanden vervallen en dient de oude en nieuwe pensioenuitvoerder aan waardeoverdracht mee te werken. Laat u hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder.

      Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen staan bij Stichting Pensioenfonds VNU en wordt het vanaf uw 65e jaar, of een andere door u gekozen pensioendatum, aan u uitbetaald.

      U betaalt geen premie meer aan Stichting Pensioenfonds VNU en u gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever.

      Meer informatie
    • Als u arbeidsongeschikt wordt
      Als u voor meer dan 35% arbeidsongeschikt bent geworden tijdens de periode dat u nog pensioen opbouwde bij Stichting Pensioenfonds VNU, heeft u mogelijk recht op (gedeeltelijke) voortzetting van uw pensioenopbouw zonder dat u daar zelf nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw arbeidsongeschiktheid voor uw pensioen in kaart brengt. U hoeft ons niet zelf te informeren over uw arbeidsongeschiktheid. Dat gebeurt automatisch door het UWV.

      Meer informatie
    • Als u gaat trouwen, samenwonen of een geregistreerd partnerschap aangaat
      Trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan is voor uw pensioenregeling hetzelfde. U moet dan goed op uw Uniform Pensioenoverzicht kijken op welke partnerpensioen uw partner bij uw overlijden recht heeft. Vindt u dat het partnerpensioen bij Stichting Pensioenfonds VNU, tezamen met eventuele andere pensioenregelingen, te laag is, zorg dan dat u iets extra’s regelt. Uw partner heeft alleen recht op partnerpensioen als u vóór de pensioendatum bent getrouwd of een geregistreerd partnerschap bent aangegaan.

      Let op: als u ongehuwd samenwoont, heeft uw partner niet automatisch recht op partnerpensioen bij uw overlijden. Om uw partner daarvoor in aanmerking te laten komen, moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen en aan kunnen tonen dat u een gezamenlijke huishouding heeft die vóór uw pensioendatum is gestart. Wij verzoeken u een kopie van uw notarieel samenlevingscontract op te sturen naar Stichting Pensioenfonds VNU. Kijkt u voor de exacte voorwaarden in het op u van toepassing zijnde pensioenreglement of neem contact met ons op.

      Meer informatie
    • Als u gaat scheiden of het samenwonen of geregistreerd partnerschap beëindigt
      Bij (echt)scheiding of beëindiging van het geregistreerd partnerschap heeft uw ex-partner recht op de helft van het ouderdomspensioen dat u opbouwde tijdens het huwelijk / de periode van het geregistreerd partnerschap. U kunt met uw ex-partner afwijkende afspraken maken. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in het scheidingsconvenant. Om ervoor te zorgen dat de ex-partner een deel van het ouderdomspensioen ontvangt, moet u of uw ex-partner binnen twee jaar Stichting Pensioenfonds VNU op de hoogte stellen van de scheiding en de eventuele afwijkende afspraken.

      Let op: het recht op een deel van het ouderdomspensioen geldt niet voor ongehuwd samenwonenden. Ongehuwd samenwonenden moeten zelf afspraken maken over de verdeling van het pensioen.

      Uw ex-partner heeft ook recht op het partnerpensioen dat u opbouwde tot de datum van scheiding, beëindiging geregistreerd partnerschap of het einde van het samenwonen. Beëindiging van een huwelijk of geregistreerd partnerschap vernemen wij via de gemeente. Als ongehuwd samenwonende dient u de beëindiging van de samenleving zelf aan het pensioenfonds door te geven. Ook als uw ex-partner afstand doet van het recht op partnerpensioen, dan moet u het pensioenfonds informeren. De afwijkende afspraak over het partnerpensioen moet zijn opgenomen in een (scheidings)convenant dat door beide ex-partners is ondertekend. Het pensioenfonds beoordeelt zelf of het aan de afwijkende afspraak meewerkt. Pas als de afspraak door het pensioenfonds schriftelijk is bevestigd, is deze geldig.

      Meer informatie
    • Als u verhuist naar het buitenland
      Meld dit aan Stichting Pensioenfonds VNU en bespreek wat de gevolgen zijn voor uw pensioen. Zorg dat het pensioenfonds altijd op de hoogte blijft van uw adres, ook als u binnen het buitenland opnieuw verhuist. Wij kunnen het pensioen alleen aan u uitbetalen als wij u op de pensioendatum kunnen vinden.

      Informatie over de gevolgen voor de AOW vraagt u aan bij de Sociale Verzekeringsbank. Of kijk op www.svb.nl.

      Meer informatie
    • Als u werkloos wordt
      Als u werkloos wordt, stopt de pensioenopbouw. Zolang u een WW-uitkering ontvangt heeft uw partner nog wel recht op een tijdelijk partnerpensioen. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw werkloosheid voor uw ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen in kaart brengt. U hoeft ons niet zelf te informeren over uw werkloosheid.

      Meer informatie
    • Mijnpensioenoverzicht.nl
      Bekijk eens per jaar hoeveel pensioen u in totaal heeft opgebouwd op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

      Meer informatie
    • Als u gebruik wilt maken van een keuzemogelijkheid
      De keuzemogelijkheden vindt u onder ‘Welke keuzes heeft u zelf?’ Let op: een gemaakte keuze kan niet meer worden teruggedraaid. Laat u dus goed informeren voor u kiest.

      Meer informatie
    • Neem contact met ons op als u vragen heeft of gebruik maakt van de keuzemogelijkheden.

      Contact informatie

Benieuwd naar uw totale pensioen? Kijk op www.mijnpensioenoverzicht.nl