Beste deelnemer,Welkom bij Stichting Pensioenfonds VNU! In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Dat is belangrijk om te weten, bijvoorbeeld als u van baan verandert. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op uw Uniform Pensioenoverzicht dat u jaarlijks van ons ontvangt. Op www.mijnpensioenoverzicht.nl vindt u een overzicht van al uw pensioen, inclusief AOW en pensioen van eventuele andere werkgevers.

Hoe wij omgaan met maatschappelijk verantwoord beleggen, leest u hier.

Wat vindt u in laag 1, 2 en 3?Pensioen 1-2-3 bestaat uit 3 lagen. In laag 1 leest u in het kort de belangrijkste informatie over uw pensioenregeling. In laag 2 vindt u meer informatie over alle onderwerpen uit laag 1. In laag 3 staan alle belangrijke documenten van het pensioenfonds zoals het pensioenreglement, het jaarverslag en de statuten.

  • Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

    • Ouderdomspensioen
      Via uw werkgever neemt u deel in de pensioenregeling van Stichting Pensioenfonds VNU en bouwt u ouderdomspensioen op. Het ouderdomspensioen dat u vanaf 2015 opbouwt, gaat in als u 67 jaar wordt. Ouderdomspensioen dat u vóór 2015 heeft opgebouwd heeft als standaard ingangsdatum 65 jaar. Voor beide delen geldt dat u de pensioendatum kunt vervroegen of uitstellen zodat al uw pensioen bij Stichting Pensioenfonds VNU toch vanaf dezelfde datum tot uitkering komt.

      Voorbeeld: De heer Jansen leest op zijn UPO dat hij € 2.000 ouderdomspensioen per jaar heeft met ingangsdatum 65 jaar en € 3.000 ouderdomspensioen per jaar met ingangsdatum 67 jaar. Hij kiest er voor om op leeftijd 66 jaar met pensioen te gaan. Het pensioen van € 2.000 dat in zou gaan op 65 jaar wordt 1 jaar uitgesteld en het pensioen van € 3.000 dat in zou gaan op 67 jaar wordt 1 jaar vervroegd. Beide stukken pensioen starten dus op zijn gekozen pensioenleeftijd van 66 jaar. Door uitstel van de pensioendatum wordt het pensioen van € 2.000 hoger en door vervroeging wordt het pensioen van € 3.000 lager. De exacte bedragen rekent het pensioenfonds voor hem uit en krijgt de heer Jansen op papier thuis gestuurd.

      Uw ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. De AOW is het pensioen dat u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt.

      Hoeveel pensioen u straks ontvangt van Stichting Pensioenfonds VNU is vooral afhankelijk van de hoogte van het salaris dat u heeft verdiend, de inhoud van de pensioenregeling waaraan u deelneemt en het aantal jaren dat u deelneemt. Het ouderdomspensioen wordt vanaf uw 67e jaar, of andere gekozen pensioendatum, maandelijks uitbetaald, zolang u leeft. De hoogte van het ouderdomspensioen staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

      De pensioenregeling waaraan u deelneemt is een uitkeringsovereenkomst. Elk jaar bouwt u pensioen op over een deel van het brutoloon dat u in dat jaar heeft verdiend. U bouwt niet over uw hele brutoloon pensioen op. Uw pensioenuitvoerder houdt namelijk al rekening met de AOW, die u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. Over het brutoloon minus de franchise bouwt u jaarlijks 1,75% aan ouderdomspensioen op.

      Stel: u verdient € 27.000 per jaar. De franchise is € 17.000. U bouwt in dat jaar 1,75% ouderdomspensioen op over de pensioengrondslag van € 10.000. Dat is € 175 in dat jaar. Het ouderdomspensioen dat u bij pensionering ontvangt, is een optelsom van alle jaren plus de eventuele indexatie.

      Meer informatie
    • Tijdelijk partnerpensioen
      Zolang u bij één van de ondernemingen van Nielsen in Nederland werkt, is er voor uw partner ook een tijdelijk partnerpensioen verzekerd. Dit is een aanvulling op het levenslange partnerpensioen en wordt na uw overlijden maandelijks aan uw partner uitgekeerd tot uiterlijk de 1e dag van de maand waarin uw partner 67 jaar wordt.

      Het tijdelijk partnerpensioen bedraagt 30% van het ouderdomspensioen dat u op kunt bouwen vanaf 1 januari 2015 tot aan uw pensioendatum. Alleen voor werknemers van Nielsen Media Research B.V. geldt dat ook 30% tijdelijk partnerpensioen is verzekerd over het ouderdomspensioen dat is opgebouwd vóór 2015.

      De aanspraak op tijdelijk partnerpensioen vervalt zonder waarde:

      • Bij beëindiging van uw dienstverband, anders dan door overlijden;
      • Scheiding, einde partnerschap;
      • Als uw ouderdomspensioen ingaat;
      • Uiterlijk op 67 jaar.
      Meer informatie
    • Partnerpensioen
      Naast uw ouderdomspensioen bouwt u ook partnerpensioen op. Als u komt te overlijden ontvangt uw partner van Stichting Pensioenfonds VNU een partnerpensioen. Het partnerpensioen is 70% van het ouderdomspensioen dat u zou krijgen als u tot pensionering bij Stichting Pensioenfonds VNU pensioen zou opbouwen. Bij overlijden na pensionering krijgt uw partner ook 70% van het opgebouwde ouderdomspensioen. Het partnerpensioen gaat in op de eerste dag van de maand waarin u overlijdt en wordt maandelijks, levenslang aan uw partner uitgekeerd.

      De hoogte van het partnerpensioen staat vermeld op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Meer informatie vindt u in het pensioenreglement in laag 3.

      Als u overlijdt, heeft uw partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de ANW-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Uw partner moet dan geboren zijn vóór 1950 of een of meer minderjarige kinderen te verzorgen hebben of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) www.svb.nl.

      Meer informatie
    • Wezenpensioen
      Naast uw ouderdomspensioen bouwt u ook wezenpensioen op. Als u komt te overlijden ontvangen uw kinderen een wezenpensioen.

      Het wezenpensioen is 14% van het ouderdomspensioen dat u zou ontvangen als u tot uw pensionering bij Stichting Pensioenfonds VNU pensioen zou opbouwen. Elk kind ontvangt wezenpensioen tot hij of zij 18 jaar is. Zolang het kind op school zit, studeert of invalide is, ontvangt het kind wezenpensioen uiterlijk tot hij of zij 27 jaar is.

      De hoogte van het wezenpensioen staat vermeld op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

      Meer informatie
    • Voortzetting pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid
      Als u voor meer dan 35% arbeidsongeschikt bent, heeft u recht op (gedeeltelijke) voortzetting van uw pensioenopbouw zonder dat u daar zelf nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid.

      Meer informatie
    • Pensioenreglement
      Wilt u precies weten wat onze pensioenregeling u biedt? Klik dan door naar het pensioenreglement in laag 3.

      Meer informatie
  • Wat krijgt u in onze pensioenregeling Niet?

    • Geen tijdelijk partnerpensioen na uitdiensttreding
      De aanspraak op tijdelijk partnerpensioen is alleen verzekerd zolang u in dienst bent bij één van de ondernemingen van Nielsen in Nederland. Uw tijdelijk partnerpensioen vervalt zonder waarde:

      • Bij beëindiging van uw dienstverband, anders dan door overlijden;
      • Scheiding, einde partnerschap;
      • Als uw ouderdomspensioen ingaat;
      • Uiterlijk op 67 jaar.

      Meer informatie
    • Geen arbeidsongeschiktheidspensioen
      Uw pensioenregeling voorziet niet in een arbeidsongeschiktheidspensioen. Als u arbeidsongeschikt wordt, is er dus in aanvulling op de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering (IVA/WIA) geen recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen van Stichting Pensioenfonds VNU. Er is mogelijk wel een arbeidsongeschiktheidspensioen verzekerd via uw werkgever. Vraag hiernaar bij uw werkgever.

      Meer informatie
    • Geen pensioenopbouw boven € 107.593,--
      De opbouw van pensioen gaat over een salaris tot maximaal € 107.593,-- (niveau 2019) per jaar. Heeft u een hoger salaris? Dan bouwt u over het deel boven € 107.593,-- geen pensioen op bij Stichting Pensioenfonds VNU.

      Meer informatie

      Als u een salaris heeft boven de € 107.593,--, heeft uw werkgever (buiten het pensioenfonds om) voor u een aanvullende verzekering gesloten voor partnerpensioen over het salaris boven € 107.593,--. Ook kunt u vrijwillig via uw werkgever (buiten het pensioenfonds om) ouderdomspensioen opbouwen over het salaris boven € 107.593,--. Neem voor de exacte regels en voorwaarden contact op met uw werkgever.

  • Hoe bouwt u pensioen op?

    • A. De Algemene Ouderdomswet (AOW)
      De AOW is het wettelijke pensioen van de overheid, voor iedereen die tussen de leeftijd van 15 jaar en de ingangsleeftijd van de AOW in Nederland heeft gewoond of gewerkt. De AOW-ingangsleeftijd is niet meer voor iedereen gelijk. Kijk op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) www.svb.nl voor uw AOW-leeftijd.

      De AOW-bedragen worden jaarlijks aangepast. Kijk voor de bedragen en voor verdere informatie over de AOW op www.svb.nl.

      Let op: heeft u niet altijd in Nederland gewoond of gewerkt? Dan kan uw AOW lager uitvallen.

      B. Het pensioen dat u via uw werk opbouwt
      De hoogte van dit pensioen vindt u op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Het UPO ontvangt u één keer per jaar zolang u pensioen opbouwt bij Stichting Pensioenfonds VNU. Op het UPO staan het ouderdomspensioen dat u nu heeft opgebouwd én het pensioen op uw pensioendatum als u tot dat moment bij Stichting Pensioenfonds VNU blijft opbouwen. Op het UPO vindt u ook gegevens van het partner- en wezenpensioen. Dat is pensioen voor uw partner en kinderen als u overlijdt.

      Meer informatie

      Kijk ook op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Daar vindt u een overzicht van al het pensioen dat u heeft opgebouwd in de banen die u heeft gehad.

      C. De pensioenaanvulling waar u zelf voor zorgt
      U kunt zelf een aanvulling regelen op uw AOW en het pensioen dat u opbouwt via Stichting Pensioenfonds VNU. Bijvoorbeeld via banksparen of door een verzekering - zoals een lijfrente - af te sluiten.

    • U bouwt pensioen op in een middelloonregeling
      Ieder jaar bouwt u pensioen op over een deel van het brutoloon dat u in dat jaar heeft verdiend. U bouwt niet over uw hele brutoloon pensioen op. Stichting Pensioenfonds VNU houdt namelijk rekening met de AOW die u van de overheid ontvangt als u met pensioen gaat. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’.

      Over uw brutoloon minus de franchise bouwt u jaarlijks 1.75% aan pensioen op. Het totale pensioen dat u zo opbouwt, is de optelsom van al die jaren plus de eventuele indexatie. Vanaf uw pensioendatum ontvangt u het pensioen elke maand zolang u leeft. Dit heet een middelloonregeling.

      Meer informatie
    • Opbouwpercentage
      U bouwt jaarlijks een deel van uw uiteindelijke pensioen op. Dat doet u niet over uw hele bruto jaarloon. Over de eerste € 18.057,85 bouwt u in 2019 geen pensioen op. Dit ‘drempelbedrag’ is ongeveer gelijk aan de AOW-uitkering die u vanaf uw AOW-leeftijd van de overheid ontvangt. Over het bruto jaarloon min het drempelbedrag bouwt u jaarlijks 1,75% aan pensioen op.

      Stel: u verdient € 27.000 per jaar. De franchise is € 17.000. U bouwt in dat jaar 1,75% ouderdomspensioen op over de pensioengrondslag van € 10.000. Dat is € 175 in dat jaar. Het ouderdomspensioen dat u bij pensionering ontvangt, is een optelsom van alle jaren plus de eventuele indexatie.

      Meer informatie
    • U en uw werkgever betalen beiden voor uw pensioen
      Voor de opbouw van uw pensioen betaalt u iedere maand premie, dit vindt u terug op uw loonstrook. In feite is de premie de prijs van uw pensioen. U betaalt per jaar in totaal 6% over de pensioengrondslag. De pensioengrondslag is uw bruto jaarloon min het drempelbedrag van € 18.057,85 (in 2019). De overige premie en alle kosten van het pensioenfonds (met uitzondering van beleggingskosten) worden door de werkgever betaald. De premie die de werkgever betaalt staat niet op uw loonstrook, maar kunt u wel teruglezen in het jaarverslag in laag 3. De kosten om het vermogen te beleggen betaalt het pensioenfonds zelf. In ons jaarverslag kunt u alles lezen over de premie en de kosten van de pensioenregeling.

      Meer informatie
  • Welke keuzes heeft u zelf?

    • Andere werkgever en waardeoverdracht
      Als u van werkgever verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat, kunt u ervoor kiezen om uw opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat vraagt u aan bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Laat u hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder.

      Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen staan bij Stichting Pensioenfonds VNU en wordt het vanaf uw 67e jaar, of een andere door u gekozen pensioendatum, aan u uitbetaald.

      Als u van werkgever verandert, betaalt u geen premie meer aan Stichting Pensioenfonds VNU en gaat u verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever.

      Meer informatie
    • Aparte pensioenregeling als u meer dan € 107.593 verdient
      U bouwt pensioen op over het salaris tot € 107.593 (niveau 2019). Verdient u meer, dan kunt u ervoor kiezen mee te doen aan een aparte pensioenregeling via uw werkgever. Deze aanvullende pensioenregeling loopt dus niet via het pensioenfonds. Neem voor de mogelijkheden contact op met uw werkgever.

      Meer informatie
    • Ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen
      Als u met pensioen gaat of Nielsen verlaat, en er is geen of te weinig partnerpensioen voor uw partner wanneer u overlijdt, dan kunt u een deel van uw ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen. U krijgt dan een lager ouderdomspensioen. Maar uw partner krijgt dan wel een hoger pensioen van Stichting Pensioenfonds VNU als u komt te overlijden. Na deze ruil mag het partnerpensioen niet meer dan 70% van het ouderdomspensioen bedragen.

      Er zijn twee momenten waarop u deze keuze kunt maken: bij uitdiensttreding en pensionering. Meer informatie over het ruilen van pensioen is te vinden in het pensioenreglement.

      Meer informatie
    • Partnerpensioen ruilen voor ouderdomspensioen
      Naast ouderdomspensioen bouwt u ook partnerpensioen op. Er kunnen redenen zijn waarom u het partnerpensioen wilt ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Misschien heeft uw partner zelf een goed pensioen, of misschien heeft u geen partner (meer). U krijgt dan een hoger ouderdomspensioen. Maar uw partner krijgt dan een lager of geen partnerpensioen van Stichting Pensioenfonds VNU als u komt te overlijden.

      U kunt deze keuze alleen maken bij pensionering. Let op: dit is een eenmalige keuze! Als u eenmaal gekozen heeft om te ruilen kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Als u wél een partner heeft moet hij/zij het wel eens zijn met deze keuze. Meer informatie over het ruilen van partnerpensioen voor een hoger ouderdomspensioen is te vinden in het pensioenreglement.

      Meer informatie
    • Eerder stoppen of langer doorwerken
      In plaats van met pensioen te gaan als u 67 jaar wordt, kunt u er voor kiezen om (gedeeltelijk) langer door te werken. Als u dat wilt, kan het uitbetalen van het ouderdomspensioen worden uitgesteld totdat u echt met pensioen gaat. Als u later met pensioen gaat, wordt uw opgebouwde ouderdomspensioen verhoogd. Uitstel van uw pensioen gaat in overleg met uw werkgever en kan tot maximaal 5 jaar nadat u AOW gaat ontvangen. Er vindt geen pensioenopbouw meer plaats. Kijk voor meer informatie en de overige voorwaarden in het pensioenreglement in laag 3.

      U kunt er ook voor kiezen om uw pensioen eerder in te laten gaan dan op uw 67e jaar. Dit kan op zijn vroegst vanaf uw 55 jarige leeftijd. Dat betekent wel dat uw ouderdomspensioen lager wordt. Eerder met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De pensioenopbouw stopt eerder en het ouderdomspensioen wordt verlaagd. U moet er ook rekening mee houden dat de AOW wellicht later ingaat dan uw vervroegde pensioen. Kijk op www.svb.nl om te zien wanneer uw AOW ingaat.

      Wilt u (gedeeltelijk) eerder of later met pensioen gaan? Als u eerder met pensioen wilt gaan moet u dit minimaal 6 weken voor de gewenste pensioendatum aanvragen bij Stichting Pensioenfonds VNU. Als u later met pensioen wilt gaan, dient u dit 6 maanden voor de standaard pensioendatum aan te vragen. Als u nog werkt, bespreek dit dan eerst met uw werkgever.

      Meer informatie
    • Beginnen met een hoger pensioen
      U kunt de keuze maken om eerst een paar jaar een hoger ouderdomspensioen te ontvangen, en daarna een lager ouderdomspensioen. Vanaf dat tweede moment is uw ouderdomspensioen lager dan op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) staat.

      Let op: dit is een eenmalige keuze die u maakt op uw pensioendatum! Als u hier eenmaal voor gekozen heeft kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Het partnerpensioen verandert niet mee en blijft bij deze keuze buiten beschouwing.

      Als u van deze keuzemogelijkheid gebruik wenst te maken, dient u dit uiterlijk 6 weken voor uw (gewenste) pensioeningangsdatum aan te vragen bij Stichting Pensioenfonds VNU. In het pensioenreglement leest u meer over de mogelijkheden en exacte voorwaarden.

      Meer informatie
  • Hoe zeker is uw pensioen?

    • Welke risico’s zijn er?
      De opbouw en uitbetaling van pensioen gaan over een heel lange periode. Vanaf de start van de opbouw tot de laatste pensioenbetaling kan wel eens 80 jaar zitten. In zo’n periode verandert de wereld waardoor er risico’s kunnen ontstaan die uw pensioen bedreigen. Het is mogelijk dat wij uw pensioen niet met de stijging van de lonen mee kunnen laten groeien.

      Ons pensioenfonds heeft te maken met onder meer de volgende risico’s:

      • Mensen worden gemiddeld steeds ouder. Als deelnemers gemiddeld ouder worden, moet hun pensioen langer worden uitbetaald. Het pensioenfonds moet dan meer geld hebben dan waar eerst op werd gerekend.
      • De rentestand beïnvloedt de waarde van de pensioenen. Pensioenfondsen maken van tevoren een inschatting van het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen. Hoe lager de rente is, hoe meer geld wij als pensioenfonds ‘in kas’ moeten hebben om later alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Als de rente langdurig laag blijft, maakt dat de pensioenen dus duur.
      • Ook de beleggingsresultaten kunnen tegenvallen. Daarom zorgt Stichting Pensioenfonds VNU ervoor dat de beleggingen gespreid worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken.

      Er zijn meer risico’s waar Stichting Pensioenfonds VNU rekening mee moet houden om uw pensioen zo goed mogelijk te beschermen. Het pensioenfonds moet die risico’s dus letterlijk ‘managen’. Meer informatie over het risicomanagement van Stichting Pensioenfonds VNU leest u in het jaarverslag in laag 3.

      Meer informatie

      Dekkingsgraad
      De dekkingsgraad zegt iets over of een pensioenfonds er financieel gezond voor staat. Bij een dekkingsgraad van 100% heeft een pensioenfonds precies genoeg geld ‘in kas’ om alle tot nu toe opgebouwde pensioenen te kunnen betalen. Er is dan geen geld ‘over’ voor eventuele indexatie. Bij Stichting Pensioenfonds VNU ligt de dekkingsgraad hoger dan 100%. Bij ons pensioenfonds is er wel ruimte voor indexatie. Hoeveel indexatie wordt gegeven wordt van jaar tot jaar bekeken op basis van onder meer de ‘beleidsdekkingsgraad’ van dat moment. Vanaf 2015 moeten pensioenuitvoerders bij beleidsbeslissingen gebruikmaken van deze zogenoemde beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de dekkingsgraden van de laatste twaalf maanden. Klik hier voor meer informatie over onze financiële situatie en de beleidsdekkingsgraad.

    • Welvaartsvast pensioen
      Normaal gesproken wordt geld ieder jaar iets minder waard. U kunt met hetzelfde bedrag dit jaar iets minder kopen dan vorig jaar. Dat heet ‘inflatie’. Vanwege de inflatie probeert Stichting Pensioenfonds VNU uw opgebouwde pensioen jaarlijks te indexeren. Dat wil zeggen dat het opgebouwde pensioen jaarlijks wordt verhoogd aan de hand van de stijging van de lonen. Wij noemen dit een welvaartsvast pensioen.

      Het lukt niet altijd om de pensioenen te verhogen. Als het financieel tegenzit, kan het zo zijn dat Stichting Pensioenfonds VNU niet of niet volledig kan indexeren. Dat betekent dan dat uw pensioen minder waard wordt. Als het daarna financieel meezit, kan het pensioen eventueel extra worden geïndexeerd om koopkracht te herstellen.

      De afgelopen jaren hebben wij de pensioenen per 1 januari voor deelnemers als volgt geïndexeerd:

        Indexatie NMR Stijging lonen NMR Indexatie overig Stijging lonen overig
      2019 1,99% 1,99% 1,99% 1,99%
      2018 1,66% 1,66% 1,66% 1,66%
      2017 1,59% 1,59% 1,59% 1,59%
      2016 1,52% 1,52% 1,33% 1,33%
      2015 0,99% 0,99% n.v.t. n.v.t.
      2014 0,90% 1,00% n.v.t. n.v.t.
      2013 1,41% 1,88% n.v.t. n.v.t.
      2012 0,68% 1,35% n.v.t. n.v.t.
      2011 0,88% 0,88% n.v.t. n.v.t.
      2010 2,21% 2,21% n.v.t. n.v.t.

      Deze percentages zijn van toepassing als u werknemer bent bij Nielsen. Als u niet meer in dienst bent, kijkt u dan hier.

      *) ‘Overig’ betreft de werknemers van Nielsen B.V. (VNU-A) en de werknemers van ACNielsen (Nederland) B.V. De werknemers van Nielsen B.V. vielen tot 2015 onder de eindloonregeling VNU-A. In deze regeling groeide het pensioen automatisch mee met het laatst verdiende salaris. De tot 2015 opgebouwde pensioenen van deze werknemers worden vanaf 1 januari 2016 geïndexeerd. De werknemers van AC Nielsen bouwen pas vanaf 2015 pensioen op bij Stichting Pensioenfonds VNU. Voor beide groepen is er dus nog geen historie te vermelden.

      Voor het vaststellen van de stijging van de lonen kijkt het pensioenfonds naar het indexcijfer ‘cao-lonen (per uur incl. bijzondere beloningen) Particuliere bedrijven’ gepubliceerd door het CBS. Het pensioenfonds kijkt hoeveel de lonen in de periode van oktober tot oktober zijn gestegen. Voor NMR werd tot en met 2015 gekeken naar de periode augustus tot augustus. Zie voor meer informatie ook: Harmonisatie indexatiebeleid.

      Meer informatie
    • Als er een tekort is
      Als we een tekort hebben, zal het pensioenfonds in eerste instantie een beroep doen op de uitvoeringsovereenkomst tussen Nielsen en het pensioenfonds. Op grond van deze overeenkomst is Nielsen verantwoordelijk voor alle tekorten van het fonds.

      Daarnaast kunnen we - indien nodig - één of meer van deze maatregelen nemen:

      • Aanpassing van het beleggingsbeleid.

      • Uw pensioen wordt niet meer (volledig) geïndexeerd.

      • Uw premie gaat omhoog.

      • Uw pensioenopbouw wordt lager.

      • In het uiterste geval verlagen wij uw pensioen.

      Meer informatie
  • Welke kosten maken wij?

    • Stichting Pensioenfonds VNU maakt verschillende kosten om de pensioenregeling uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor de administratie. Daar vallen de kosten voor de uitbetaling van de pensioenen en het innen van de premies onder. Ook maken wij kosten voor de communicatie, bijvoorbeeld voor het maken en onderhouden van de website en het verzenden van het Uniform Pensioenoverzicht. Verder heeft het pensioenfonds adviseurs en wordt het jaarverslag gecontroleerd door een accountant en een actuaris. Al deze kosten worden in eerste instantie door het pensioenfonds betaald en daarna doorbelast aan de werkgever. Hierdoor komen deze kosten niet ten laste van het vermogen van het pensioenfonds.

      Daarnaast zijn er de kosten om het vermogen te beheren. Beleggen van het vermogen kost geld. Wij betalen bijvoorbeeld de partijen waaraan wij vragen om het vermogen te beleggen. Ook maken wij transactiekosten. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten die de beurs in rekening brengt bij de aankoop of verkoop van aandelen of obligaties. De kosten om het vermogen te beheren betaalt Stichting Pensioenfonds VNU zelf en komen ten laste van het rendement van het pensioenfonds. In het jaarverslag vindt u meer informatie over de kosten van het pensioenfonds.

      Meer informatie
  • Wanneer moet u in actie komen?

    • Als u verandert van pensioenuitvoerder
      Op dit moment is Stichting Pensioenfonds VNU uw pensioenuitvoerder. Als u van werkgever verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat, kunt u ervoor kiezen om uw opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat vraagt u aan bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Laat u hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder.

      Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen staan bij Stichting Pensioenfonds VNU en wordt het vanaf uw 67e jaar, of een andere door u gekozen pensioendatum, aan u uitbetaald.

      Als u van werkgever verandert, betaalt u geen premie meer aan Stichting Pensioenfonds VNU en gaat u verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever.

      Meer informatie
    • Als u arbeidsongeschikt wordt
      Als u voor meer dan 35% arbeidsongeschikt wordt, heeft u recht op (gedeeltelijke) voortzetting van uw pensioenopbouw zonder dat u daar zelf nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw arbeidsongeschiktheid voor uw pensioen in kaart brengt. U hoeft ons niet zelf te informeren over uw arbeidsongeschiktheid. Dat gebeurt automatisch door het UWV.

      Meer informatie
    • Als u gaat trouwen, samenwonen of een geregistreerd partnerschap aangaat
      Trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan is voor uw pensioenregeling hetzelfde. U moet dan goed op uw Uniform Pensioenoverzicht kijken op welke partnerpensioen uw partner bij uw overlijden recht heeft. Vindt u dat het partnerpensioen bij Stichting Pensioenfonds VNU, tezamen met eventuele andere pensioenregelingen, te laag is, zorg dan dat u iets extra’s regelt. Uw partner heeft alleen recht op partnerpensioen als u vóór de pensioendatum bent getrouwd of een geregistreerd partnerschap bent aangegaan.

      Let op: als u ongehuwd samenwoont, heeft uw partner niet automatisch recht op partnerpensioen bij uw overlijden. Om uw partner daarvoor in aanmerking te laten komen, moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen en aan kunnen tonen dat u een gezamenlijke huishouding heeft die vóór uw pensioendatum is gestart. Wij verzoeken u een kopie van uw notarieel samenlevingscontract op te sturen naar Stichting Pensioenfonds VNU. Kijkt u voor de exacte voorwaarden in het pensioenreglement of neem contact met ons op.

      Meer informatie
    • Als u gaat scheiden of het samenwonen of geregistreerd partnerschap beëindigt
      Bij (echt)scheiding of beëindiging van het geregistreerd partnerschap heeft uw ex-partner recht op de helft van het ouderdomspensioen dat u opbouwde tijdens het huwelijk / de periode van het geregistreerd partnerschap. U kunt met uw ex-partner afwijkende afspraken maken. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in het scheidingsconvenant. Om ervoor te zorgen dat de ex-partner een deel van het ouderdomspensioen ontvangt, moet u of uw ex-partner binnen twee jaar Stichting Pensioenfonds VNU op de hoogte stellen van de scheiding en de eventuele afwijkende afspraken.

      Let op: het recht op een deel van het ouderdomspensioen geldt niet voor ongehuwd samenwonenden. Ongehuwd samenwonenden moeten zelf afspraken maken over de verdeling van het pensioen.

      Uw ex-partner heeft ook recht op het partnerpensioen dat u opbouwde tot de datum van scheiding, beëindiging geregistreerd partnerschap of het einde van het samenwonen. Beëindiging van een huwelijk of geregistreerd partnerschap vernemen wij via de gemeente. Als ongehuwd samenwonende dient u de beëindiging van de samenleving zelf aan het pensioenfonds door te geven. Ook als uw ex-partner afstand doet van het recht op partnerpensioen, dan moet u het pensioenfonds informeren. De afwijkende afspraak over het partnerpensioen moet zijn opgenomen in een (scheidings)convenant dat door beide ex-partners is ondertekend. Het pensioenfonds beoordeelt zelf of het aan de afwijkende afspraak meewerkt. Pas als de afspraak door het pensioenfonds schriftelijk is bevestigd, is deze geldig.

      Meer informatie
    • Als u verhuist naar het buitenland
      Meld dit aan Stichting Pensioenfonds VNU en bespreek wat de gevolgen zijn voor uw pensioen. Zorg dat het pensioenfonds altijd op de hoogte blijft van uw adres, ook als u binnen het buitenland opnieuw verhuist. Wij kunnen het pensioen alleen aan u uitbetalen als wij u op de pensioendatum kunnen vinden.

      Informatie over de gevolgen voor de AOW vraagt u aan bij de Sociale Verzekeringsbank of kijk op www.svb.nl.

      Meer informatie
    • Als u werkloos wordt
      Als u werkloos wordt, stopt de pensioenopbouw. Zolang u een WW-uitkering ontvangt heeft uw partner nog wel recht op een tijdelijk partnerpensioen. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw werkloosheid voor uw ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen in kaart brengt. U hoeft ons niet zelf te informeren over uw werkloosheid.

      Meer informatie
    • Mijnpensioenoverzicht.nl
      Bekijk eens per jaar hoeveel pensioen u in totaal heeft opgebouwd op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

      Meer informatie
    • Als u gebruik wilt maken van een keuzemogelijkheid
      De keuzemogelijkheden vindt u onder ‘Welke keuzes heeft u zelf?’ Let op: een gemaakte keuze kan niet meer worden teruggedraaid. Laat u dus goed informeren voor u kiest.

      Meer informatie
    • Neem contact met ons op als u vragen heeft of gebruik maakt van de keuzemogelijkheden.

      Contact informatie

Benieuwd naar uw totale pensioen? Kijk op www.mijnpensioenoverzicht.nl