Beste pensioengerechtigde,Welkom bij Stichting Pensioenfonds VNU! Als pensioen­gerechtigde ontvangt u een pensioen van ons pensioenfonds. In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Dat is belangrijk om te weten, bijvoorbeeld als u van baan verandert. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op uw Uniform Pensioenoverzicht dat u jaarlijks van ons ontvangt. Op www.mijnpensioenoverzicht.nl vindt u een overzicht van al uw pensioen, inclusief AOW en pensioen van eventuele andere werkgevers.

Hoe wij omgaan met maatschappelijk verantwoord beleggen, leest u hier.

Wat vindt u in laag 1, 2 en 3?Pensioen 1-2-3 bestaat uit 3 lagen. In laag 1 leest u in het kort de belangrijkste informatie over uw pensioenregeling. In laag 2 vindt u meer informatie over alle onderwerpen uit laag 1. In laag 3 staan alle belangrijke documenten van het pensioenfonds zoals het pensioenreglement, het jaarverslag en de statuten.

  • Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

    • Ouderdomspensioen
      Als gepensioneerde ontvangt u van ons pensioenfonds ouderdomspensioen. Dit pensioen keren wij maandelijks aan u uit zolang u leeft.

      Uw ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. De AOW is het pensioen dat u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd (heeft) bereikt.

      Hoeveel pensioen u ontvangt van Stichting Pensioenfonds VNU is vooral afhankelijk van de hoogte van het salaris dat u heeft verdiend, de inhoud van de pensioenregeling waaraan u deelnam en het aantal jaren dat u deelnam. Ieder jaar ontvangt u van ons een pensioenoverzicht waarop de hoogte van uw pensioenen staan vermeld.

      Meer informatie
    • Partnerpensioen
      Partners van gepensioneerden ontvangen een partnerpensioen als de gepensioneerde overlijdt. Dit geldt alleen als het huwelijk of (geregistreerd) partnerschap voor de pensioendatum is aangegaan. Het partnerpensioen is 70% van het ouderdomspensioen. Het partnerpensioen gaat in op de eerste dag van de maand waarin de gepensioneerde overlijdt en wordt maandelijks, levenslang aan de partner uitgekeerd.

      De hoogte van het partnerpensioen staat vermeld op het pensioenoverzicht dat jaarlijks wordt verstrekt.

      De partner heeft misschien ook recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de ANW-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Uw partner moet dan geboren zijn vóór 1950 of een of meer minderjarige kinderen te verzorgen hebben of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) www.svb.nl.

      Meer informatie
    • Wezenpensioen
      Kinderen van gepensioneerden ontvangen een wezenpensioen als de gepensioneerde overlijdt.

      Het wezenpensioen is 14% van het ouderdomspensioen. Elk kind ontvangt wezenpensioen tot hij of zij 18 jaar is. Zolang het kind op school zit of studeert, ontvangt het kind wezenpensioen uiterlijk tot hij of zij 27 jaar is.

      Meer informatie
    • Pensioenreglement
      Wilt u precies weten wat onze pensioenregeling u biedt? Klik dan door naar het op u van toepassing zijnde pensioenreglement in laag 3.

      Meer informatie
  • Wat krijgt u in onze pensioenregeling Niet?

    • Geen tijdelijk partnerpensioen na uitdiensttreding
      De aanspraak op tijdelijk partnerpensioen is alleen verzekerd zolang u in dienst bent bij één van de ondernemingen van Nielsen in Nederland. Uw tijdelijk partnerpensioen is bij de beëindiging van uw dienstverband vervallen zonder waarde. Indien u nabestaande bent en zelf reeds een tijdelijk partnerpensioen van ons pensioenfonds ontvangt, dan wordt dit uitgekeerd tot de standaard pensioendatum van uw overleden partner.

      Meer informatie
  • Hoe bouwt u pensioen op?

    Als pensioengerechtigde bouwt u geen pensioen meer op bij Stichting Pensioenfonds VNU.

  • Welke keuzes heeft u zelf?

    Het pensioenreglement biedt een aantal keuzes, zoals uitstel of vervroegen van de pensioendatum en het ruilen van partnerpensioen in ouderdomspensioen. Deze keuzes konden op de pensioendatum worden gemaakt. Omdat u reeds pensioen ontvangt zijn deze keuzemogelijkheden niet meer op u van toepassing.

  • Hoe zeker is uw pensioen?

    • Welke risico’s zijn er?
      De opbouw en uitbetaling van pensioen gaan over een heel lange periode. Vanaf de start van de opbouw tot de laatste pensioenbetaling kan wel eens 80 jaar zitten. In zo’n periode verandert de wereld waardoor er risico’s kunnen ontstaan die uw pensioen bedreigen. Het is mogelijk dat wij uw pensioen niet met de stijging van de prijzen mee kunnen laten groeien.

      Ons pensioenfonds heeft te maken met onder meer de volgende risico’s:

      • Mensen worden gemiddeld steeds ouder. Als deelnemers gemiddeld ouder worden, moet hun pensioen langer worden uitbetaald. Het pensioenfonds moet dan meer geld hebben dan waar eerst op werd gerekend.
      • De rentestand beïnvloedt de waarde van de pensioenen. Pensioenfondsen maken van tevoren een inschatting van het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen. Hoe lager de rente is, hoe meer geld wij als pensioenfonds ‘in kas’ moeten hebben om later alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Als de rente langdurig laag blijft, maakt dat de pensioenen dus duur.
      • Ook de beleggingsresultaten kunnen tegenvallen. Daarom zorgt Stichting Pensioenfonds VNU ervoor dat de beleggingen gespreid worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken.

      Er zijn meer risico’s waar Stichting Pensioenfonds VNU rekening mee moet houden om uw pensioen zo goed mogelijk te beschermen. Het pensioenfonds moet die risico’s dus letterlijk ‘managen’. Meer informatie over het risicomanagement van Stichting Pensioenfonds VNU leest u in het jaarverslag in laag 3.

      Meer informatie

      Dekkingsgraad
      De dekkingsgraad zegt iets over of een pensioenfonds er financieel gezond voor staat. Bij een dekkingsgraad van 100% heeft een pensioenfonds precies genoeg geld ‘in kas’ om alle tot nu toe opgebouwde pensioenen te kunnen betalen. Er is dan geen geld ‘over’ voor eventuele indexatie. Bij Stichting Pensioenfonds VNU ligt de dekkingsgraad hoger dan 100%. Bij ons pensioenfonds is er wel ruimte voor indexatie. Hoeveel indexatie wordt gegeven wordt van jaar tot jaar bekeken op basis van onder meer de ‘beleidsdekkingsgraad’ van dat moment. Vanaf 2015 moeten pensioenuitvoerders bij beleidsbeslissingen gebruikmaken van deze zogenoemde beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de dekkingsgraden over de laatste twaalf maanden. Klik hier voor meer informatie over onze financiële situatie en de beleidsdekkingsgraad.

    • Waardevast pensioen
      Normaal gesproken wordt geld ieder jaar iets minder waard. U kunt met hetzelfde bedrag in 2015 iets minder kopen dan in 2014. Dat heet ‘inflatie’. Vanwege de inflatie probeert Stichting Pensioenfonds VNU uw opgebouwde pensioen jaarlijks te indexeren. Dat wil zeggen dat het opgebouwde pensioen jaarlijks wordt verhoogd aan de hand van de stijging van de prijzen. Wij noemen dit een waardevast pensioen.

      Het lukt niet altijd om de pensioenen te verhogen. Als het financieel tegenzit, kan het zo zijn dat Stichting Pensioenfonds VNU niet of niet volledig kan indexeren. Dat betekent dan dat uw pensioen minder waard wordt. Als het daarna financieel meezit, kan het pensioen eventueel extra worden geïndexeerd om koopkracht te herstellen.

      De afgelopen jaren hebben wij de pensioenen per 1 januari voor pensioengerechtigden als volgt geïndexeerd:

       Indexatie NMRStijging van de prijzenIndexatie overig*Stijging van de prijzen
      2019 1,68% 1,68% 1,68% 1,68%
      2018 1,34% 1,34% 1,34% 1,34%
      2017 0,36% 0,36% 0,36% 0,36%
      2016 0,27% 0,27% 0,41% 0,41%
      2015 0,65% 0,65% 0,75% 0,75%
      2014 0,90% 1,43% 0,81% 0,90%
      2013 1,41% 2,43% 1,52% 2,03%
      2012 0,68% 2,39% 1,17% 2,33%
      2011 0,88% 1,24% 1,38% 1,38%
      2010 0,00% 0,00% 0,40% 0,40%

      Deze percentages zijn van toepassing als u uitdienst bent en geen pensioen meer opbouwt. Als u werknemer bent bij Nielsen, kijkt u dan hier.

      *) ‘Overig’ betreft de voormalig werknemers van Nielsen B.V. (VNU-A) en vanaf de toegekende indexatie van 2016 ook de voormalig werknemers van ACNielsen (Nederland) B.V.

      Voor het vaststellen van de stijging van de prijzen kijkt het pensioenfonds naar de ‘Consumentenprijsindex alle huishoudens afgeleid’. Het pensioenfonds kijkt hoeveel de prijzen in de periode van oktober tot oktober zijn gestegen. Voor NMR werd tot en met 2015 gekeken naar de periode augustus tot augustus. Hierdoor zijn er verschillen in indexatie tussen NMR en ‘Overig’. Zie voor meer informatie ook: Harmonisatie indexatiebeleid.

      Meer informatie
    • Als er een tekort is
      Als we een tekort hebben, zal het pensioenfonds in eerste instantie een beroep doen op de uitvoeringsovereenkomst tussen Nielsen en het pensioenfonds. Op grond van deze overeenkomst is Nielsen verantwoordelijk voor alle tekorten van het fonds.

      Daarnaast kunnen we – indien nodig - e¿e¿n of meer van deze maatregelen nemen:

      • Aanpassing van het beleggingsbeleid.

      • Uw pensioen wordt niet meer (volledig) geïndexeerd.

      • De premie voor deelnemers gaat omhoog.

      • De pensioenopbouw voor deelnemers wordt lager.

      • In het uiterste geval verlagen wij uw pensioen.

      Meer informatie
  • Welke kosten maken wij?

    • Stichting Pensioenfonds VNU maakt verschillende kosten om de pensioenregeling uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor de administratie. Daar vallen de kosten voor de uitbetaling van de pensioenen en het innen van de premies onder. Ook maken wij kosten voor de communicatie, bijvoorbeeld voor het maken en onderhouden van de website en het verzenden van het Uniform Pensioenoverzicht. Verder heeft het pensioenfonds adviseurs en wordt het jaarverslag gecontroleerd door een accountant en een actuaris. Al deze kosten worden in eerste instantie door het pensioenfonds betaald en daarna doorbelast aan de werkgever. Hierdoor komen deze kosten niet ten laste van het vermogen van het pensioenfonds.

      Daarnaast zijn er de kosten om het vermogen te beheren. Beleggen van het vermogen kost geld. Wij betalen bijvoorbeeld de partijen waaraan wij vragen om het vermogen te beleggen. Ook maken wij transactiekosten. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten die de beurs in rekening brengt bij de aankoop of verkoop van aandelen of obligaties. De kosten om het vermogen te beheren betaalt Stichting Pensioenfonds VNU zelf en komen ten laste van het rendement van het pensioenfonds. In het jaarverslag vindt u meer informatie over de kosten van het pensioenfonds.

      Meer informatie
  • Wanneer moet u in actie komen?

    • Als u gaat trouwen, samenwonen of een geregistreerd partnerschap aangaat
      Trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan is voor uw pensioenregeling hetzelfde. Uw partner heeft alleen recht op partnerpensioen als u vóór de pensioendatum bent getrouwd of een geregistreerd partnerschap bent aangegaan.

      Let op: als u ongehuwd samenwoont, heeft uw partner niet automatisch recht op partnerpensioen bij uw overlijden. Om uw partner daarvoor in aanmerking te laten komen, moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen en aan kunnen tonen dat u een gezamenlijke huishouding heeft die vóór uw pensioendatum is gestart. Wij verzoeken u een kopie van uw notarieel samenlevingscontract op te sturen naar Stichting Pensioenfonds VNU. Kijkt u voor de exacte voorwaarden in het op u van toepassing zijnde pensioenreglement of neem contact met ons op.

      Meer informatie
    • Als u gaat scheiden of het samenwonen of geregistreerd partnerschap beëindigt
      Bij (echt)scheiding of beëindiging van het geregistreerd partnerschap heeft uw ex-partner recht op de helft van het ouderdomspensioen dat u opbouwde tijdens het huwelijk / de periode van het geregistreerd partnerschap. U kunt met uw ex-partner afwijkende afspraken maken. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in het scheidingsconvenant. Om ervoor te zorgen dat de ex-partner een deel van het ouderdomspensioen ontvangt, moet u of uw ex-partner binnen twee jaar Stichting Pensioenfonds VNU op de hoogte stellen van de scheiding en de eventuele afwijkende afspraken.

      Let op: het recht op een deel van het ouderdomspensioen geldt niet voor ongehuwd samenwonenden. Ongehuwd samenwonenden moeten zelf afspraken maken over de verdeling van het pensioen.

      Uw ex-partner heeft ook recht op het partnerpensioen dat u opbouwde tot de datum van scheiding, beëindiging geregistreerd partnerschap of het einde van het samenwonen. Beëindiging van een huwelijk of geregistreerd partnerschap vernemen wij via de gemeente. Als ongehuwd samenwonende dient u de beëindiging van de samenleving zelf aan het pensioenfonds door te geven. Ook als uw ex-partner afstand doet van het recht op partnerpensioen, dan moet u het pensioenfonds informeren. De afwijkende afspraak over het partnerpensioen moet zijn opgenomen in een (scheidings)convenant dat door beide ex-partners is ondertekend. Het pensioenfonds beoordeelt zelf of het aan de afwijkende afspraak meewerkt. Pas als de afspraak door het pensioenfonds schriftelijk is bevestigd, is deze geldig.

      Meer informatie
    • Als u verhuist naar het buitenland
      Meld dit aan Stichting Pensioenfonds VNU. Zorg dat het pensioenfonds altijd op de hoogte blijft van uw adres, ook als u binnen het buitenland opnieuw verhuist. Wij kunnen het pensioen alleen aan u uitbetalen als wij uw verblijfadres weten.

      Vanaf het moment dat u in het buitenland woont bent u verplicht om twee keer per jaar een ‘attestatie de vita’ (een bewijs van in leven zijn) naar het pensioenfonds op te sturen. Voor pensioenen die lager zijn dan €1.200,-- per jaar geldt dat eenmaal per jaar een attestatie de vita moet worden opgestuurd. U wordt hiervoor door het pensioenfonds aangeschreven.

      Meer informatie
    • Neem contact met ons op als u vragen heeft of gebruik maakt van de keuzemogelijkheden.

      Contact informatie

Benieuwd naar uw totale pensioen? Kijk op www.mijnpensioenoverzicht.nl